HomeOver onsNieuwsScholarshipsWebvotingLid wordenDCI AlumniContact

Nieuws

6 augustus 2012 - Het begin van het einde - bericht van Jan

Na Murfreesboro volgden nog twee showdagen. Vandaar dat de staff met het idee kwam om het te beschouwen als het eind van het jaar. De laatste show van het jaar is namelijk het DCI wereldkampioenschap, gewoonlijk “finals” genoemd, voorafgegaan door “semifinals” en “prelims”. Aangezien het best lastig is om drie dagen achter elkaar gefocust te zijn, ook als het de dag ervoor niet zo goed ging, werd er besloten daar op deze manier voor te trainen. Niet dat dat erg veel aan de dagen veranderde. Wel aan de motivatie speeches die we kregen.


We krijgen vrij veel van dat soort toespraken, sowieso in de warm-up van elke show. Er is vaak iemand van de visuele staff die wat bedenkt, iemand van de brass staff (Matt Harloff als hij aanwezig is) en er is de toespraak van de 'baas' van het korps, Jim Coates, vlak voor we het stadium in gaan. Daarnaast wordt er regelmatig aan het begin van een blok wat gezegd wat soms ook ontaard in een volledige preek.


De volgende dag, de 'semifinals', was de regional in Atlanta. Daaraan voorafgaand repeteerden we in …, een highschool die wel van drum corps hield: ze hadden allemaal koekjes gebakken en aanmoedigingsposters gemaakt. Daarnaast zorgden ze voor een flink publiek, de hele dag door. Best wel apart om applaus te krijgen bij elk stukje show dat je voor het eerst doorloopt, ook als het heel slecht gaat. Dat schijnt vanaf nu wel vaker te gaan gebeuren wat natuurlijk weer aanleiding gaf tot een toespraak over afleiding en focus.


De show 's avonds ging erg goed: voor het eerst kregen we dan ook achteraf een tevreden reactie van de héle staff. Helaas hadden we precies dezelfde score als de dag ervoor: 92,0, terwijl de Blue Devils inmiddels 1,15 punt op ons voorlagen. Dat was wel een teleurstelling. Maar daarmee was het ook weer een belangrijk leermoment: dit zou ook aan het eind van het jaar kunnen gebeuren en je moet toch door.


De 'finals' was onze grote thuisshow: NightBeat, georganiseerd door Crown in Memorial Stadium, Charlotte, North Carolina. Daarnaast was het de een-na-laatste TOC show. Doordat het onze thuisshow was konden we de hele dag in het stadion repeteren, een prachtige locatie met de skyline van Charlotte in de achtergrond. Niets was echter zo fantastisch als het publiek dat helemaal op onze hand was.


Omdat het onze thuisshow was moesten een aantal mensen van tevoren in uniform het publiek ontvangen. Gelukkig hoefde ik niet (ik heb het gevoel dat ze me dat niet aan wilden doen met mijn Engels). Een aantal andere euph's moesten echter wel, waardoor ik weer terecht kwam in het small ensemble. Dat was leuker dan vorige keer omdat iedereen Crownfan was, omdat ik niet in een zweterig unifrom was en omdat we als laatste optredentje op het veld terechtkwamen en voor het hele publiek speelden. We doen elke keer hetzelfde, dus er is vast wel een filmpje op Youtube te vinden van ons terwijl we “O When The Saints” of “You Can't Stop The Beat” spelen.


Het optreden 's avonds ging vrij goed en gek genoeg draaide dat deze keer wel uit op een betere score: we zaten nu op nog maar 0,2 punten van de Blue Devils.
De volgende dag hadden we een repetitiedag in datzelfde stadion. Het ochtend- en middagblok verliepen vrij standaard. Toen volgde er een verrassing: een aantal Crownveteranen van het eerste uur kwamen langs. Preciezer gezegd: een aantal mannen die de allereerste paar jaren van Crown hadden gelopen (Crown is opgericht in 1990). Ze hadden een cadeautje voor ons meegenomen: ze hadden twee ijsverkoopauto's meegebracht en we mochten zo veel ijsjes eten als we wilden. Echt onwerkelijk.


Aan het begin van het avondblok volgde er wederom een toespraak. Dit keer van Micheal Klesch, de arrangeur van al onze muziek. Had ik ooit als eens verteld dat hij ontzettend op Rob Kamphues lijkt? Absurd, omdat hij een totaal andere persoonlijkheid heeft. Het is niet dat we nu meer toespraken hebben dan eerst: het is meer dat ik me nu pas realiseer dat we er zoveel hebben.

 

Omdat we vlakbij onze thuisbasis waren kregen we in Charlotte alle post van de afgelopen tijd. Dit keer zat daar ook spul voor mij tussen: verjaardagskaarten en een pakketje. Het pakketje was afkomstig van Frank, die mij aan het begin van het DCI avontuur heel erg geholpen heeft, en bevatte stroopwafels en dropjes. Aan Frank en alle andere mensen die me post hebben gestuurd: hartstikke bedankt! Het is heel erg leuk om wat van de 'gewone' wereld te ontvangen.
Daarna voerde onze reis ons naar Gulchville (?). Daar zagen we voor het eerst sinds heel erg lang Barry Hudson, waar ik in één van mijn eerste verslagen ook al over geschreven heb. Hij laat je nogal hard werken om het zacht uit te drukken. Het was daarnaast de dag van de legendarische “Dog Show”. In Salem, Virginia, waar de show plaatsvond, wordt namelijk elk jaar een hondenshow gehouden in dezelfde dagen als de DCI show. Er waren dan ook ontzettend veel typische rashonden rond het stadion te zien.


Wat er verder over deze show valt te vertellen heeft met het weer te maken. Vlak na onze warm-up begon het te regenen en onweren. Wij waren gelukkig op tijd (droog) in de bus maar het betekende wel dat de show werd stopgezet. Wij verwachtten allemaal dat de show helemaal zou worden afgelast dus we kleedden onszelf om en wachten geduldig tot we zouden vertrekken. Toen kregen we echter te horen dat het gewoon door zou gaan wat enige stress gaf: we moesten in uniform en (opnieuw) warmgeblazen binnen een half uur klaar staan. Al met al zorgde de situatie ervoor dat we niet een hele beste show hadden.
Hierna vertrokken we naar de Raub Middle School in Allentown waar we de eerste vier dagen van augustus zouden doorbrengen. Een interessante omgeving: een oude buurt met bijzondere gebouwen (de school ziet er van buiten uit als een kasteel). Wat daarna direct opviel was hoe arm de buurt eruitzag (en was, volgens de verhalen van medeleden). Ook viel op dat J. Birney Crum, het stadion waar we vrijdag onze show zouden hebben, binnen zichtafstand was. Ten slotte was er het weer de eerste dag: de hele dag bewolkt wat het mogelijk maakte dat ik voor het eerst een hele dag zonder zonnebrand én zonder shirt kon repeteren.


Woensdags repeteerden we bij de school. Om bij het veld te komen moest je door een bos heen (bijgenaamd Narnia) en van een heuvel af. Het veld was vervolgens niet om over naar huis te schrijven dus dat was niet zo'n fijn begin van de dag. Zeker niet toen ik me realiseerde dat we hier nog een paar dagen zouden blijven. Gelukkig hadden we 's avonds een show waardoor we tenminste niet de hele dag over dat veld hoefden te banjeren. Ook had het veld voordelen: we mochten er zoveel op verven als we wilden en je kon J. Birney Crum, het stadion waar we vrijdag ons optreden zouden hebben, zien vanaf het veld. Daardoor was er constant die herinnering waar we voor aan het repeteren waren.
De show, in West-Chester, was niets bijzonders behalve dat ik toeschouwers had: voor het eerst in meer dan drie maanden zag ik mijn moeder, mijn zus, haar vriend en mijn vriendin “in het echt”! Dat gaf de show wat extra's. De volgende dag kwamen ze langs bij de repetitiedag. Die vond plaats in J. Birney, wat een extra goede voorbereiding gaf voor het optreden de volgende dag. 

 

Dat heeft waarschijnlijk even wat toelichting nodig. De regional in Allentown is een beetje anders dan andere regionals. Ten eerste is hij verspreidt over twee dagen: de helft van de groepen treedt op vrijdag op, de andere helft op zaterdag. Wij waren ingeloot op vrijdag, samen met onder andere de groep die we al het hele jaar proberen te verslaan, de Blue Devils. Één van de redenen dat het over twee dagen verspreidt is, is dat het een open stadion is en het veel te heet is om groepen midden overdag op te laten treden. De vorm van het stadion is ook een reden waarom het ongeveer het lastigste optreden van het jaar is: er is nauwelijks galm, waardoor het lastig is om de juryleden te bereiken met je volume en waardoor alle foutjes gehoord worden. Het is echter ook één van de leukste optredens van het jaar: er is heel veel publiek, voornamelijk van de oude garde. Dat publiek is niet bang om zijn mening te tonen: als ze je show niet goed vinden, zullen ze ook niet (of nauwelijks) voor je klappen. Dat houdt echter ook in dat een staande ovatie ook echt wat betekent.


Het stadion is ook erg geschikt om in te repeteren doordat alle foutjes worden gehoord. Het betekende daarom ook weer een dag van hard repeteren met resultaat. Als beloning kregen we 's avonds een speciale maaltijd: de “steak and shrimp” maaltijd in Prairie du Chien was zo goed bevallen dat ze dat weer geregeld hadden. Nu we het toch over eten hebben: bij de meeste avondmaaltijden hebben we een salade en regelmatig is dat iets wat ik nog nooit eerder gehad had, rauwe spinazie met verse aardbeien. Een verassend lekkere combinatie, zeker iets om te onthouden.


De dag erna was het dan zover, het belangrijkste optreden tot nu toe (en ik denk dat de staff dat deze keer echt meende), de Allentown regional. Het repeteren was niets bijzonders, dus laten we doorspoelen naar het optreden. Bij de warming-up ging het allemaal niet zo vloeiend, waardoor Matt ons begon te anti-motiveren: hij zei dat hij niet geloofde dat wij ervoor zouden vechten, dat we echt ons best zouden doen. Dat doet hij wel vaker om ons te motiveren, en ook deze keer werkte dat best goed. De show ging prima: helaas verloren we wéér van de Blue Devils (nu met 1,1 punt verschil). Dat veroorzaakte nogal wat teleurstelling. Ter illustratie: ik was in de douche toen ik het hoorde en iedereen stopte spontaan met zingen.


Aan de ene kant moeten we ons niets aantrekken van de competitie en moeten we vooral beter worden dan onszelf. Aan de andere kant wil iedereen echter ook wel winnen en dat veroorzaakt nog wel eens wat frustratie. Het is best lastig de balans tussen die twee te vinden. Gelukkig was niemand heel erg sjacherijnig en repeteerden we de volgende dag weer vrolijk verder.


Aan het eind van die volgende dag, zaterdag, hadden we het laatste blok vrij. Daardoor konden we snel een wasje draaien en eindelijk fatsoenlijk wat andere shows bekijken in de tweede helft van de Allentown competitie. Tussendoor hebben we nog even wat buiten de deur gegeten bij HamFam (Hamilton Family Diner) wat gewoonte schijnt te zijn in Allentown.


Het was vrij apart om eindelijk eens echt in het publiek te zitten. Groot voordeel was dat we nu eindelijk een goed gefundeerde mening over (sommige van) de andere korpsen konden vormen. Na de competitie ben ik rechtstreeks terug gegaan om een lekkere lange nacht slaap te pakken. En mijn laatste avonturen naar jullie op te sturen. Nog één week en dan is het allemaal afgelopen...

Laatste nieuws

Twitterfeed

Trivia

Wie was de eerste Nederlandse DCI wereldkampioen?

Oscar Brusse won met de Blue Devils in 1996 als eerste Nederlander de wereldtitel in de hoogste divisie. Er werden dat jaar overigens twee corps gekoond tot DCI kampioen want Blue Devils en Phantom Regiment haalde dat jaar exact dezelfde score in DCI Finals.